Voorafgaand aan het delen van mijn ervaring over deze bijzondere retraite, wil ik Vipassana verduidelijken. Wat is het eigenlijk? En wat is het doel?

Vipassana is een stilte retraite waar je voornamelijk je tijd besteed met het aanleren van de Vipassana meditatie techniek. Introspectie staat centraal en kan men enkel bereiken door een strenge discipline te volgen waarin nobele stilte gerespecteerd wordt. Dat wil zeggen: stilte in spraak, lichaam (lees: non-verbale communicatie bv. oogcontact) en geest. Overal ter wereld zitten centra waar men kan deelnemen. Meestal gaat het dan om een 10-daagse retraite, maar langer kan ook (20, 30 tot wel 60 dagen!). Om te beginnen moet men zich houden aan een aantal morele regels, Sîla genaamd. Deze zijn: ‘Geen levend wezen doden, niet stelen, geen leugens verkondigen, geen seksuele activiteiten en geen gebruik van verslavende middelen.’ Vervolgens wordt er gewerkt aan de concentratie van de geest, Samãdhi. Door aan alle elementen gedisciplineerd te werken, kom je bij Paññã: De wijsheid in jezelf.
De retraite vindt plaats in volledige isolatie. ‘Je kunt enkel de diepte van een vijver zien als het water niet in beroering is.’ Middels introspectie, met een kalme geest die vrij is van onrust, kun je tot de waarheid komen. Het is deze leer (de Dhamma) die tot de final goal zou moeten leiden: verlichting. Buddha heeft de Vipassana-techniek (welke onderdeel uitmaakt van de Dhamma) verspreid, maar deze staat hedendaags los van elke godsdienst of sektarisme dan ook.

Een happy, altruïstisch en liefdevol leven; zonder afkeer en verlangen? Wie wil dat nu niet? Juist! Genoeg reden dus om de challenge aan te gaan. Niels en ik hebben ons, december 2017, in het diepe gegooid. 23 december liepen we, beladen met onze backpacks, het Vipassana centrum Khadvali in India binnen. Nietsvermoedend. Vol vragen. Vol nieuwsgierigheid. “Succes schat, wees sterk en tot over 10 dagen!” Onze wegen liepen uiteen; ik naar het vrouwen blok en Niels naar de mannen afdeling.

Dag 1: De dagindeling 
Het was 4:00 in de ochtend. Ik lag in een diepe slaap in mijn kamertje. Een kale ruimte met een bed, met daarop een dun matrasje. Ook was er een kleine sobere badkamer aanwezig. Een luide bel deed mij uit mijn slaap ontwaken. Twintig minuten later luidde de bel opnieuw, gevolgd door het gerinkel van een klein belletje aan de deur. Één van de staffmembers stond aan mijn deur. Ik ontgrendelde deze, waarna ze naar de volgende residentie liep. In de donkerte en kou liep ik naar de Dhamma hal. De ruimte was gevuld met aan de linkerzijde alle mannen en aan de rechterzijde de vrouwen. Allen in kleermakerszit. Ruim zestig mensen, waarvan één Rus, één Chilieense, wij twee en locale bevolking. Twee mannen in witte kleding, genaamd ‘de teachers’, gingen vooraan in meditatiehouding zitten. Een Indische stem vervulde de zaal en zong tien minuten lang een tekst. Ik had geen flauw benul van wat hij zong.

Twee uur lang moesten we mediteren. Om half zeven stond er een ontbijt in buffetvorm geserveerd. Een pittige rijst met een hete curry. Half zeven in de ochtend een pittige rijst? Ja, je hoort het goed. Maar oh, de smaak was zo goed en tegen verwachting at ik het gretig weg. Naast water, werd er enkel chai tea, met een grote hoeveelheid suiker, aangeboden. Geen normale zwarte thee. En nog belangrijker: GEEN koffie. Mijn hoofd blokkeerde. “Shit, hoe moet ik tien dagen zonder koffie overleven? Het zou sowieso al zwaar worden en mijn mok cafeïne in de ochtend werd mij ook nog eens afgenomen.” Ik kreeg al hoofdpijn van het idee mijn vaste routine te moeten loslaten. Hoe dan ook, ik had geen andere keuze dan een poging te doen het te accepteren.

Van 8:00 tot 09:00 was de volgende groepsmediatie. Gevolgd door een kleine pauze van vijf minuten, waarna we wederom in lotushouding moesten zitten tot 11:00. Tijdens deze twee uur kregen we uitleg en moesten we in groepjes voor de teachers zitten. Zij gaven ons een korte uitleg over de techniek die wij de aankomende dagen zouden gaan leren. We kregen te horen dat we vanaf dag één tot en met dag drie de ‘Anapana techniek’ aangeleerd zouden krijgen. Anapana heeft alles te maken met de bewustwording van de ademhaling. Ademhaling is de brug, een middel om je mind te doen aanscherpen, zodat je Vipassana kunt uitoefenen.

Om elf uur stonden er grote pannen met eten op ons te wachten. Een heerlijke geur deed mijn eetlust opwekken. De lunch bestond (zoals elke dag) uit flatbread (dunne tortilla’s), witte rijst en verschillende soorten curries zoals bruine bonen- of kikkererwten mix, bloemkool en aardappel curries etc. Een fantastische peulvruchten maaltijd die mijn maag goed vulde.

Vanaf 13:00 tot 14:30 moesten we weer aan de slag. En oh, die pijn. De pijn die ik voelde in mijn benen was moeilijk te verdragen. De opdracht was om op de ademhaling te focussen. Wanneer ik mij hier bewust van werd en van plan was mij eraan vast te houden, was daar mijn mind. Zij zoog mij mee in een oceaan van gedachten. Ze leken oncontroleerbaar; niet vangbaar. En na tien minuten was daar een bewustwording. “Ohja, mijn ademhaling.” Op enkele seconden na, lukte het mij niet los te komen van de intense pijn in mijn lichaam. Ik had twee opties: de pijn voelen of een uitvlucht zoeken in mooie dromen, wensen en behoeftes.

Wederom hadden wij vijf minuten pauze en moesten we vervolgens twee uur lang mediteren. Om 17:00 werd er gezoete melkthee, een stukje fruit en een mix van gepofte rijstkorrels (met pindanoten, kurkuma, hete pepers en kardemom) geserveerd. Dit was ons laatste voedsel van de dag.

Om 18:00 tot 19:00 was er meditatie, gevolgd door een discourse. Wij, de vier buitenlanders, hadden dit in een aparte ruimte. Een televisiescherm werd aangezet en een leraar met de naam S. N. Goenka gaf ons anderhalf uur les. Per dag zou hij ons onderwijzen en gaf hij educatie in het beoefenen van de Vipassana.

Vanaf 20:30 was er een laatste meditatie sessie. Gelukkig duurde dit slechts een half uur. Voor het begin van deze Vipassana cursus ervoer ik een half uur mediteren als zwaar en nu dacht ik alleen maar: “Yes, geen twee uur lang, het is maar kort.” Vermoeid van alle indrukken ging in naar bed. Mijn lichaam en geest waren doodop.

‘Mensen zeggen weleens dat de dag te kort is. Totdat je twee uur lang op de grond zit, dan voelt het als een week. Tijd is relatief.’ 

Dag 2: Nu AL aftellen 
Het viel mij zwaar. Niet perse de stilte, dat vond ik wel fijn, maar het fysieke gedeelte. De pijn en de vermoeidheid van het vroege opstaan.

Met een grote doek om mijn lichaam geslagen en mijn sarong om mijn hoofd gewikkeld, liep ik om half 5 weer naar de meditatie hal. Op weg naar ‘gezellig’ twee uur lijden. Dag twee stond in het teken van concentratie rondom het gebied van de neus, de triangel. Elke sessie had ik enkele momenten van bewustwording, maar die gleden al snel af naar mijn pijn en mijn gedachtes. In mijn hoofd telde ik de dagen al af. Minstens drie keer per dag. Gewoon, om mezelf moed te geven. “Na deze dag nog 8 dagen. En morgen al zeven. Oh, dit vliegt voorbij.” Elke pauze, na de maaltijd, viel ik in slaap en schrok ik nog vermoeider wakker van de luide bel op het terrein.

Tijdens de avondsnack pakte ik drie stukjes papaya. Ik had trek, gisteren was alles al op en ik zag dat de meeste vrouwen een aantal stukjes pakte. Totdat ik door een vrijwilligster op mijn vingers werd getikt. Ik mocht er maar één pakken. Ik deed wat er gevraagd werd, maar voelde een verontwaardiging in mij opkomen. Iedereen om mij heen in de eetzaal had minstens twee stukjes. Het ging mij niet om het fruit, maar om het principe. Sacherijnig at ik mijn maaltijd op, totdat de vrijwilligers een tweede stukje op mijn bord legde. De tweede dag en ik had al een belangrijke les geleerd.

Accepteer hetgeen wat je krijgt, wees blijmoedig met het minste, het universum zorgt dat je voldoende krijgt om je lichaam en geest te vullen.’

Dag 3: Wat is er mis met mijn haar?
Het cultuurverschil was duidelijk zichtbaar. Naast de uiterlijke verschillen, zoals typisch Indisch gekleurde doeken, waren ook de gedragingen niet zoals de Westerse. Tijdens het mediteren hoorde ik namelijk niet alleen krakende botten en gewrichten die ruw langs elkaar schuurden, maar ook luide boeren. Het moment dat er een vrouw de Dhamma hal inliep staat op mijn netvlies gegraveerd. Een vrouw van rond de vijftig jaar oud. Ze ging zitten op haar meditatie kussen en zette haar kerstmuts op haar grijze, wilde haren. Terwijl ze om zich heen keek, liet ze met haar mond wagenwijd open een flinke boer. Bij het zien moest ik stiekem wel grinniken. En geeuwen? Dat ging vaak gepaard met luid geweld. Ook scheten laten was geen probleem. En dan het schrapen van de keel. Een vrouw naast mij schraapte voortdurend haar keel. Gorgelend haalde ze het slijm naar de binnenzijde van haar mond en slikte ze het door. Buiten zag ik vaak vrouwen die in de tuin stonden, hun keel schraapten en hetgeen naar boven kwam uitspuugden. Ik ben echt niet moeilijk en zeker wat gewend, maar dit was voor mij soms best wel even een overgang. Ik vond het fascinerend om te zien, maar soms was het een behoorlijke belemmering voor mijn concentratie tijdens de meditatie. Tijdens de sessie moesten we de ademhaling rondom onze neusvleugels en bovenlip voelen. Een gevoel wat uiterste concentratie van de geest vroeg. Mijn pijn overheerste en dat was het enige wat ik voelde.

Tussen 12:00 en 12:30 had je de mogelijkheid om vragen te stellen aan de leraren. Ik had zoveel last van mijn fysieke pijn dat het mijn focus in de weg stond. Ik wilde antwoord op de vraag: “Hoe kom ik hier vanaf? Wat moet ik doen?” De teacher keek me aan en zei met zachte stem: “Just observe. Observe objectively. Feel the respiration. Accept the reality as it is. Just accept as it is.” Teleurgesteld liep ik naar buiten. “Mooi verhaal meneer, maar dat was hetgeen ik elke dag te horen kreeg. Leuke woorden, maar het lukt niet. En objectief? Hallo, het is mijn pijn. Ik voel het toch?  Ik wil weten hoe ik er mee om moet gaan.” En terwijl ik in gedachte naar buiten liep, kruiste een staffmember mijn weg. Ze begroette me door haar twee handen bij elkaar te houden en een klein knikje te geven. Dit hield in dat ze contact wilde maken. Ze wees naar mijn haar en bewoog haar hand. “Was er iets met mijn haar?” Ze zei zachtjes: “Cam it.” Ik was al niet in mijn mood, maar toen al helemaal niet meer. “Mijn haar zat in een keurige vlecht, ik had het twee dagen niet gewassen, het piekte hier en daar een beetje, maar het was geen total mess. Adem in, adem uit. Oke. Ik zal luisteren.”

Tijdens de discourse in de avond zag ik Niels aanstrompelen, met zijn hand op zijn gebogen rug. Ik zag zijn pijn. En oh, met mijn hele hart en zaligheid wilde ik hem knuffelen. Ik stond naast hem. Geen verbale of non-verbale communicatie. Het verlangen om bij hem te zijn groeide. “Nog zeven dagen, dan kan ik weer bij hem zijn.” Ik putte mijn kracht uit de toekomst. En tegelijkertijd wist ik dat dit niet de essentie van de cursus was. Het was juist de bedoeling om los te komen van het verleden en de toekomst. Mijn mind ging verder met craving en afkeer en druiste tegen de leer van de Dhamma in. Weliswaar bewust; ik was bewust van mijn gedachtes.

‘Bewustwording is de sleutel tot verandering, tot een gelukkiger leven.’

Dag 4: Het wonder geschiedde
Vipassana werd deze dag geïntroduceerd. We moesten met onze geest een weg afleggen, van de top van ons hoofd naar onze tenen, telkens opnieuw. Elk lichaamsdeel moest gevoeld worden. Met volledige concentratie, zodat we elke sensatie op ons lichaam zouden kunnen voelen. Objectief. We mochten niet reageren op de sensaties. Prikkels komen binnen en normaliter reageert ieder mens direct. De kunst is objectief te voelen wat er binnenkomt en i.p.v. te reageren moet je handelen, actie. “Alles is impermanent, het komt en gaat. Heb geen verlangen of afgunst,” zo zeiden de leraren.

Het gehele lichaam moet stil zitten. Rechte rug en ogen gesloten. Geen bewegingen in benen, handen en hoofd. Vanaf deze dag moest dit elke dag, driemaal één uur. Toen ik dat hoorde kon ik wel door de grond zakken. “Niet stilzitten met deze pijn?” Het eerste uur sloeg aan. Na een halfuur voelde ik tranen over mijn wangen glijden. Mijn gezicht verschoot van de pijn. Ik was aan het vechten tegen de pijn. Ik had een kussentje half onder mijn knie. Ik voelde dat iemand deze onder mijn been schoof. Eindelijk, de stem van Goenka luidde door de speakers. Dit betekende nog vijf minuten tot afronding.

Na afloop zag ik een meisje die naar buiten werd geholpen. Ze was volledig bezweet en leek niet goed te worden. Strompelend liep ook ik naar buiten. “Over een paar uur mogen we weer..”
Bezweet vulde ik buiten een emmer met water om mezelf te douchen. Met een klein emmertje schepte ik water en gooide ik dit over me heen. Water werkte zo helend.

Tijdens de avondsnack was ik gefocust op de schaal bananen. Ik wilde er na mijn maaltijd eigenlijk nog eentje pakken. Stilletjes hield ik de schaal in mijn linker ooghoek in de gaten. “Als de rest ze maar niet weer allemaal opeten.” De schaal werd steeds leger. Toen ik wilde opstaan, gaf de staffmember, die overigens allemaal heel nors keken (geen sprankel, geen glimlach) mij een tweetal extra bananen. Ik boog en glimlachte. Wederom een confrontatie met mijn eigen gedachtes. Ik was zo gefocust op de toekomst. Bang om het niet te krijgen. Het haalde mij weg uit het nu. Weg uit het genieten van mijn eten. En juist wanneer ik het zo wilde (craving), kreeg ik het.. Wederom voelde het alsof ik een les had geleerd.

‘Het is beter om geen verwachtingen te hebben. De toekomst kun je niet volledig naar je eigen hand zetten. Het enige wat je kunt doen is accepteren, zoals het nu is en deze nu-tijd zo fijn mogelijk beleven.’

Voordat het uur van stilzitten was aangebroken, drukte een Indische deelnemer een rode stip op m’n voorhoofd. Lachende gezichten keken mij aan. Ze wezen naar mijn hoofd en staken hun duim op. “Nou, wie weet dat de stip me zou helpen.”
Meneer Goenka sprak: “Ga naar je schouders, voel de sensaties, objectief. En als je iets voelt, observeer het. Ga daarna naar de bovenarm.” Alle lichaamsdelen werden afgelopen.

Dit uur was een werkelijke verlichting. Geen gedachtes, maar volledige focus op het lichaam. Ik voelde mijn lichaamsdelen. Ik zag de pijn, objectief. De pijn was niet meer mijn pijn. Ik kon mijn fysieke en mentale pijn scheiden. Ik identificeerde mij niet meer met de pijn, maar hing er als een helikopter boven. De pijn was er wel, maar had geen controle meer over mij. Vrolijk liep ik naar buiten. Het was me een uur gelukt. Pijnloos, bewegingloos en gedachteloos. Wat een opluchting en misschien zelfs wel een verlichting…

 

Dag 5: Een zeepje met kracht
Mijn meegenomen rol wc-papier was deze dag opgegaan. Tsja, wat wil je met al die peulvruchten?! Dit betekende wel dat ik moest over gaan op de Indian-way. Een koude sproeier tussen de billen en een linkerhand om het schoon te maken. Ja, ik weet het. Het klinkt vies, hé? Echter realiseerde ik mij dat water veel meer schoon maakt dan een stukje wc-papier. Wat ik me trouwens nog steeds afvraag is hoe zij hun billen drogen. Als ik er een sproeier opzet is mijn volledige achterwerk, de helft van mijn benen en de halve badkamer kleddernat.

Met de gedachte dat het mij wederom zou lukken, ging ik de mediatie in. Ik had craving.. en juist dat element in het leven leidt tot lijden. Aldus de Dhamma leer. De meditatie lukte totaal niet. Geen concentratie, geen bewuste sensatie. Enkel ik en een mind vol gedachtes. Ik was er deze dag helemaal klaar mee. Ik voelde me boos, moe en verre van gelukkig. Totdat ik in de avond naast Niels stond tijdens het wachten op de discourse. Hij legde iets op de grond. Ik raapte het op en rook dat het een zeepje was. “Yes, dan kan ik mijn kleding wassen,” zo dacht ik. Dolblij liep ik na de discourse naar mijn kamer. Toen ik het licht aandeed stond er een lieve tekst in het zeepje gegraveerd. Mijn lichaam en geest vulden zich met blijdschap. Ik kustte het zeepje, zoals ik de dagen erna elke ochtend en avond deed. Het gaf mij kracht. En ook al zeiden de teachers dat happiness binnen in je zit en je niemand nodig hebt, accepteerde ik dat ik kracht haalde uit de liefde. En ik was dolgelukkig. Het uiteindelijke doel van het zeepje werd natuurlijk nooit behaald. Mijn kleding heb ik maar met mijn shampoo gewassen.

Hoe lief?

Dag 6: Bestaat altruïsme echt?
De Dhamma. Ik volgde de regels, maar het ontbrak deze dag wederom aan concentratie van mijn geest. Ik was in Nieuw Zeeland, mijn visum, een onbewoond eiland, familie, film ideeën, een ideale trouwjurk, een vegan carrot-cake, vrienden, nieuwe doelen, geleerde levenslessen, Niels… Het leek alsof ik niet verder kwam dan het loskoppelen van het mentale en fysieke gedeelte. Heel fijn, ik bedoel ik kon gemakkelijk een uur stilzitten. Maar ik bleef aan de oppervlakte. Zodanig dat ik tijdens de meditatie in mijn hoofd maar de tafels ging oefenen.. (Tafels? Ja, ik heb onofficieel discalculi.)

Tijdens de avondsnack kreeg ik, net als de andere dagen, extra fruit. Ik was verwonderd, maar tegelijkertijd achterdochtig. “Waarom doet ze dit? Heb ik iets goeds gedaan? Is het omdat ik blank ben? Of wilt ze gewoon een grote hoeveelheid donatie? Of is ze daadwerkelijk vol compassie en liefde?” Ik werd bewust van mijn achterdocht en langzaam ging ik geloven in de mensen om mij heen.

‘Je hoeft niet altijd iets goeds te doen om beloond te worden. Je kunt ook gewoon mens zijn en ontvangen zonder daar iets voor te hoeven doen. Gewoon omdat je mens bent, net als de ander. Misschien gewoon streven naar het juiste en het juiste komt naar je toe?’

Ik had deze dag veel hoofdpijn, ik voelde de ontwenningsverschijnselen van het niet drinken van koffie. Ik voelde me ellendig, zowel fysiek als mentaal. Ik klink als een zeikerd, he? Maar dit was echt wat het met mijn gemoedstoestand deed. Ik had Vipassana zwaar onderschat. Na de discourse werd er op mijn deur geklopt. Daar stond Carla, een mede student uit Chile. “For you, some Indian sweets. Enjoy,” fluisterde ze, terwijl ze mij twee deegkoekjes in mijn handen duwde. Ze rende weg. Mijn negatieve mood sloeg direct om. Niet om de koekjes, maar het gebaar. Zo lief! Ik was zo dankbaar. Ik hoor je denken: “Is je reactie niet wat overdreven?” Het is lastig uit te leggen, maar zulke momenten tijdens Vipassana zijn heel speciaal, ook al klinkt het als ‘normaal en menselijk’. Wanneer je leeft in isolatie en je aan één stuk door gericht bent op jezelf, dan zijn onverwachte sociale contact of het krijgen van iets, unieke momenten.

‘Wees bewust van de simpele gebaren uit het leven. Koester het, wees dankbaar.’

Dag 7: Fuck, ik heb de wet overtreden
Deze dag heb ik mij niet gehouden aan de Dhamma. Op het terrein stonden enkele luidsprekers. Elke dag, na het ontbijt was daar de zingende, neuriënde stem van Goenka. In het Indisch. Ongeveer een half uur lang. Het bleken wijze woorden te zijn, zoals ‘laat de onrust achter je, wat je plant zal je zaaien’.. Echter verstond ik er niets van en was het meer irritant dan fijn. Maar goed, na het halfuurtje viel ik even kort in slaap totdat de bel van 08:00 mij wakker maakte. Toen ik mijn lichaam omhoog wierp, zei ik: “Fack…” (de woorden ‘weer die kut bel’ slikte ik in). Ik schrok van mezelf en sloeg een hand voor mijn mond. Oeps.

In de namiddag zat er een mug op mijn kamer. Ik kreeg hem er niet uit en ik moest kiezen. Of hij dood, of ik een paar muggenbulten en in het ergste geval malaria of dengue. De keuze was al snel gemaakt. Dag mug! Daar werd de volgende regel overtreden: Je mag geen levend wezen doden. Het bijzondere was dat ik mij bijna schuldig begon te voelen. Ik was voortdurend zo bewust van mijn gedrag en gedachtes.

Tijdens de meditatie zat ik na te denken over dat ik Niels stiekem iets wilde geven. Zo’n twee uur lang heb ik nagedacht en een plan uitgestippeld. Ik probeerde zo groot mogelijk te denken, om op die manier de twee uur lange meditatie te doen vullen, te doen overleven.

Het plan was om wat woorden in een banaantje te graveren. Ik had niets scherps bij, enkel kleding en douchespullen. Terug in de kamer vond ik een knijper waar ik het stukje ijzer van kon gebruiken. Toen de bel luidde voor discourse haastte ik mij naar de plek. Niels was al aan het wachten en verder was er nog niemand te zien. Ik zat naast hem en gaf hem heel stiekem de banaan en liep weg. Het was bijna spannend. Bijna? Het was gewoon spannend. Als een kind dat een snoepje pikt. Of als een tiener die zijn eerste kus heeft.

Dag 8: The mind is a wild animal
Mijn mind was niet te vangen. Het was overal behalve in het heden. Ik kon niet langer dan tien seconden mijn bewuste aandacht houden op mijn sensaties van mijn lichaam. Ik bleef aan de oppervlakte en kwam niet tot de diepere levels van mijn mind. Alsof deze het niet wilde. Ik wilde zwemmen. Maar het water was in ijs veranderd en ik kon er enkel overheen schaatsen.

Wederom een aantal moeilijke momenten. Ik was gedeprimeerd. Terug in mijn kamer smeet ik de stip van m’n hoofd. “Stomme meditatie , stomme stilte, ik mis Niels…” En opeens toen ik in mijn toilettasje keek vond ik iets speciaals. Ik vond het armbandje van mijn zus na 3 maanden terug (Sorry, Marrie. Ik had het je niet durven vertellen). Ik kuste het armbandje en zag het als een krachtige gift van moeder natuur.

Dag 9: Bijna
Nog één dag en dan zou ik weer mogen praten. Yes! Opvallend vond ik dat mijn hoofdpijn weg was. Ik had de ontwenningsverschijnselen overleefd en voelde mij bevrijd. Ik was niet meer verslaafd aan koffie. Ik kon goed wakker worden en blijven zonder het te drinken. Ik was niet meer afhankelijk van een externe factor en besloot om onafhankelijk te blijven.

Het uitoefenen van de Vipassana techniek bleef heel moeilijk. Ik was al lang blij wanneer ik drie uur lang per dag stil kon blijven zitten.
Tijdens de discourse, buiten in het donker, keek ik voor het eerst Niels aan. Heel kort. Heel intens. Beide keken we verlegen weer weg. Ik was zo blij als een kind. Die nacht heb ik niet kunnen slapen. Ik kon niet wachten tot morgen.

Dag 10: Intense ontmoeting
Na een aantal meditatie sessies mochten we in de ochtend onze ingeleverde, waardevolle spullen ophalen. Het moment was daar. We mochten elkaar in de ogen aankijken. Met elkaar praten. “He!” Verlegen begroetten we elkaar. “Hé!” Met een grote glimlach keken we elkaar aan. Van oor tot oor straalden we. Onze ogen werden vochtig. Het was een ontzettende intense ontmoeting. Een ontmoeting na 10 dagen van afzondering, van elkaar en van de buitenwereld. Wat een compleet nieuwe ervaring! Alsof we voor het eerst gingen daten. Weinig woorden, maar een hart met zoveel liefde. En als ik dit teruglees dat klinkt het als over-romantische liefde, bijna plakkerig. Het beschrijven hiervan is lastig. Het was een ervaring, die enkel begrepen werd door ons twee.

In het vrouwen component was het die dag een gekkenhuis. Alle vrouwen zag ik voor het eerst lachen. De vrijwilligster die altijd nors keek met een grote rimpel in haar voorhoofd, lachte en wauw, wat een transformatie. Onbewust en bewust had ik de afgelopen dagen een beeld gevormd van een ieder. En het gehele beeld was veranderd. Enkel omdat iemand lachte, geluk uitstraalde. De vrijwilligster waarvan ik dacht dat het een norse, bazige vrouw zou zijn, was zo ontzettend lief.

Als zwermen bijen kwamen ze op mij af. Vragenvuur en honderden foto’s. Ik kon geen stap zetten zonder selfie. Vrouwen knepen in mijn wangen en riepen: “You are so cute!” En toen ze Niels hadden gezien vroegen ze: “Is that your boyfriend? He is so handsome!” En vol trots, met een glimlach van oor tot oor, zei ik dan: “Hell yes. I know.”

Vrouwen gingen met me dansen en zingen. Zo bijzonder! Een Indische vrouw liet weten dat ze me had geobserveerd tijdens afwassen van mijn bord en bestek. Ze dacht dat ‘die blonde verwende westerling’ het niet zou kunnen. Toen ze me zag schoonmaken, was ze positief verbaasd en verrast. Een hoop gelach vervulde het terrein. Het enige wat ik die dag kon doen was lachen en genieten van al het unieks wat mij omringde.

Dag 11: Afscheid
De dag van vertrek. Ik knuffelde iedereen en in het bijzonder een wat oudere mevrouw. Ze zat maar wat graag aan mijn wangen, ook al mocht dat eigenlijk niet. Ze sprak geen Engels maar wees met haar vingers wat duidde op: Tot in het hiernamaals. Bij het weglopen kuste ze mijn hand, mijn linkerhand. De hand die als onrein wordt beschouwd in India. Hoe speciaal?!

Dag elf was ook het moment dat ik Niels weer mocht aanraken. En die eerste aanraking? Als een lucifer die tegen de rand van het doosje aan schuurt. Vuur! En zachtjes fluisterde ik in zijn oor: ‘Fuck craving, ik heb je gemist en ik wil voor altijd bij jou blijven.’

Ik moet toegeven dat ik hier en daar wat vraagtekens heb bij de techniek. Is het echt mogelijk om het ultieme geluk in dit leven te vinden? Kun je hunkering en afkeer daadwerkelijk uit je leven bannen door de Dhamma te volgen? Zijn de slechte daden van mensen echt omwille van het niet bewustzijn? Is verlangen en afkeer niet gewoon een deel uit het leven en moet je dit zien te balanceren en te accepteren? Als je alle negatieve of geconditioneerde wortels (aangeleerd gedrag, vooroordelen e.d.) in je geest verwijderd, is hetgeen dat overblijft echt liefde en compassie? Hoe kan je liefde leven als er geen verlangen mag zijn? Als enkel het heden je geluk brengt, hoe moeilijk is het dan wel niet om in dit leven altijd gelukkig te zijn?

Ik ben blij dat ik deze 10 dagen heb gedaan en dit dan ook heb volgehouden. Het was een unieke ervaring, vol wijsheden, zelfreflectie, bewustwording, gevechten en nieuwe ontdekkingen. Ik raad iedereen aan om deze grote reis naar binnen aan te gaan! Het is een ware challenge, durf jij hem aan?