Als je mijn vorige blog hebt gelezen, dan weet je dat roadtrippen in Nieuw-Zeeland fantastisch is. Elke dag opnieuw is een avontuur. Elke dag een nieuw vergezicht. Maar dit avontuur kent ook een keerzijde. Oké, ik wil niet dramatisch zijn. Geen geklaag. Ik bedoel, wat we doen is een droom die uitkomt. Maar die droom kent ook een wat minder idyllische kant. Dit is een realistische kant van ons roadtrippen door Nieuw-Zeeland.

@Queenstown

Weer
Nieuw Zeeland is een eiland dat vier seizoenen in één dag kent. Het weer is hier nog wisselvalliger dan de mens zelf. In de ochtend een straal blauwe lucht, in de middag regen en wind, gevolgd door hagel, in de avond weer tropisch en in de nacht tegen het vriespunt. Het kan allemaal in Nieuw Zeeland. Maar wat doe je als het minstens een week regent en koud is? Dan probeer je optimistisch te blijven en niet teveel op elkaar te fitten. Lukt dat? Lang niet altijd. En wanneer je dan elke dag naar de bibliotheek gaat, om maar warm binnen te zitten (en WiFi te gebruiken natuurlijk) werkt dat niet mee aan je positieve reisgevoel.

Een gehorig busje dat heen en weer wordt geschud door de wind, bevorderd de slaaprust ook niet bepaald. En oh man, hoe meer we naar het zuiden trokken, hoe meer we de winter tegemoet traden en dus hoe kouder het werd. Moe wakker worden werd bijna een dagelijkse routine. En het enige wat je dan wilt, is een warm en schoon huis, met een warme douche, een zacht bed en minstens twintig uur slaap.

WWOOFING
We hebben al diverse wwoofing ervaringen gehad. En wauw, deze zijn fantastisch. Het is fijn om in de mogelijkheid te zijn, het matras om te ruilen voor een echt bed; een wekelijkse douche om te ruilen voor een dagelijkse douche en de soms afgeknipte melkpakken om te ruilen voor een toilet.

 

Mieren
Op een dag, omgeving Taranaki, werden we gewekt door de zon en het slaan van de golven op de rotsen. Niels haastte zich zijn wetsuit in en dook met zijn surfboard de zee in. Toen ik rustig mijn kopje koffie aan het maken was, werd mijn mood al snel omgeslagen. Één mier, twee mieren en toen ik nog iets beter keek zag ik een volledige mierenhoop. In ons keukentje, tussen het eten, aan de randen van het plafond.. Een mierennest had die nacht [we stonden op het gras geparkeerd] onze camper overmeesterd. Ik werd gek. Letterlijk. Ik vind dieren niet erg, insecten evenmin. Ik ben niet bang voor spinnen of ratten. Maar mieren ongevraagd op mijn territorium? Die beesten nemen complete families met zich mee en als je denkt dat je ze hebt uitgebannen, zie je achter een andere hoek de volgende mierenfamilie verschijnen.
Vanwege tijdsgebrek konden we de volgende dag pas mierenplakkers kopen. En nee, die werkte niet direct. Hoe frustrerend om te zien dat ze allemaal, heel netjes achter elkaar aan, naast je val lopen in plaats van erop. En oh ja, om het nog even erger te maken: na het kopen van de mierenplakkers, goot de regen uit de hemel en hadden we de lampen van de campervan niet uitgedaan. Gevolg: een lege batterij en dus een stilstaande van. Gelukkig zijn de mensen in Nieuw-Zeeland mega behulpzaam. Al snel kwam er een Kiwi met zijn truck ons helpen. Die nacht krioelde de mieren zelfs in ons bed. Na een aantal dagen was de van, door de mierenplakkers, weer mier vrij. Ik kan je zeggen dat, dat een grote opluchting was. Gevolg is wel dat ik nu een mierenfobie heb opgelopen.

Instagram!
Naast het delen van onze reismomenten met familie en vrienden, heeft Instagram ons daadwerkelijk geholpen andere reizigers te ontmoeten. Middels een virtuele connectie, ontstond er een ware connectie. Een mega tof koppel, waar we een aantal dagen mee hebben opgetrokken. En hoe toevallig, we hadden zoveel overeenkomsten. Zelfs zo erg dat we dezelfde tijd uit de supermarkt kwamen, met dezelfde boodschappen.

Couchsurfing
Nu ik dit schrijf is het april 2018. In Nederland lente, maar hier is het herfst. Het begint koud te worden. Om die reden dachten wij aan Couchsurfing. We hebben twee nachten bij een fantastische vrouw van rond de 60 jaar geslapen. Ze woonde in een klein huisje, met in elke hoek iets opgehangen, zoals schilderijen, potten en pannen. In de avond was het nog niet zichtbaar, maar toen we wakker werden bleek het huis behoorlijk toe te zijn aan een grote schoonmaak. Centimeters stof, een grote afwas, overal spinnenwebben, kattenharen in ons bed en elke [deur]knop kleefde. Nu snap ik waarom ik mijn schoenen aan mocht houden, terwijl het buiten regende en modderig was. Op ons kussen lag een bedankbriefje van de vorige schone-slaapster. Je snapt wel dat het bed na haar komst niet gewassen is. Zoals in velen Kiwi huishoudens was er geen centrale verwarming aanwezig, maar een houtkachel. Het was er zelfs nog kouder dan in onze van. Maar hé, wat een ervaring! Ik hou ervan. En daarbij, ik apprecieer onze campervan nu veel meer.

 

Paniek!
Het worden steeds langere avonden in de van. Het is vaak al 18:00 donker. Toen we laatst ergens bij een afgelegen plek stonden, wilde we de van verplaatsen om te gaan slapen. Totdat we behoorlijk vastgeraakte. De as van de bus raakte het gras, de bus stond 45 graden, de wielen hadden geen grip meer en de linkerzijde stond enkele centimeters verwijderd van de 1,5 meter val naar beneden. Paniek. Er stond één ander busje verderop, die door onze draaiende motor en lichten in de gaten hadden dat er iets aan de hand was. Na uren van alles te hebben geprobeerd, lees springen en duwen, kregen we de bus uiteindelijk weer op het rechte stuk land. Oef, we we’e lucky!

Een paar weken later waren we onderweg naar Milford Sound. Opeens hoorde we dat de motor een vreemd geluid maakte en begon het binnen te stikken naar een chemisch middel. Direct stopte we de bus in de berm en haastten we ons naar buiten. Uit de uitlaat kwamen enorme witte wolken. Daar sta je dan, in de middle of facking no where. Na uren en een gedwongen abonnement op de AA (Nieuw Zeelandse ANWB) heeft de wegenwacht ons opgehaald en naar Invergill gesleept. Meer dan een week hebben we verbleven in een hostel waar een winterjas dragen een must was wilde je het een beetje warm hebben. Helaas werd onze portemonnee opgelicht met een paar duizend dollar in ruil voor een gemaakte campervan.

Lunch at lake Ohau

@Roys Peak

Before the winterescape
In april en mei was de herfst al in volle gang. De prachtige kleurencombinaties van gif groen, tot oud geel en van de Nederlandse wimpel tot paar. Wauw! Normaliter behoort de herfst absoluut niet tot mijn favoriete maand, totdat ik Nieuw Zeeland zag. Oogverblindend mooi. Ik overdrijf niet. In Queenstown hebben we Dian [een oud klasgenootje van de middelbare school] en zijn zusje Marienel ontmoet. Twee mensen vol levenslust en liefde. Met z’n vieren hebben we Otago en de route naar Christchurch ontdekt. Fantastisch om op deze manier elkaar weer te ontmoeten. We hebben diverse hikes gedaan, zo ook Roy’s Peak. Om 2u 30 ging de wekker en zouden we berg beklimmen. Beide op canvas sneakers. Al klimmend, ploeterend en soms glijdend over paden met bevroren sneeuw hebben we uiteindelijk me z’n vieren de Roys Peak van 1578 meter binnen een paar uur overmeesterd. Een portie wilskracht en onderlingen positieve stimulans heeft ons doen laten genieten van een waanzinnig uitzicht met zonsopkomst. Men, wat stonden we daar te bibberen van de vrieskou.

De laatste maand zijn we wederom gaan wwoofen. We hebben dit gedaan bij ‘Hazelnut Haven.’ Hier hebben we hazelnoten geplukt, geraapt en gesorteerd. Een prima ruil voor een luxe kamer en eigen badkamer. En ohja, ook een jacuzzi. Een aantal dagen na mijn 24e verjaardag hebben we de backpacks ingepakt en het vliegtuig genomen. De warmte tegemoet. Nieuw-Zeeland, we laten je voor een paar maanden in de kou staan en zijn in de tussentijd even de Frans Polynesische cultuur aan het proeven.

Kortom: Ik wil maar zeggen, leven in een campervan vraagt soms offers, maar laat ik duidelijk zijn: Die offers zijn het meer dan waard. Die offers zijn ervaringen, die ik nooit zou willen missen!

With love,

Adriënne