Ik ben een trein. Iedereen is een trein. Nee, eigenlijk zeg ik het verkeerd.  Jij bent de machinist en berijdt je eigen trein. Je stopt waar je wilt stoppen en je geeft gas wanneer je klaar bent om weg te rijden. Weg van het station en op naar de volgende. Er stappen geregeld nieuwe mensen in je trein. Jij bepaalt wie dat zijn. Jij bepaalt of ze blijven zitten en voor hoelang. Er blijven weleens langere tijd mensen mee rijden. En tijdens de reis wordt deze ontmoeting opeens meer dan alleen een ontmoeting. Het wordt intens. Je voelt je verbonden. Natuurlijk heeft de ander ook een trein, maar het lijkt alsof twee treinen in elkaar samenvloeien en opgaan in elkaar. En het enige wat je dan wilt is dat diegene blijft zitten en voor altijd met je mee reist. Je deelt dromen en wanneer mogelijk maak je deze samen waar. Samen de sporen bereizen, waardoor jouw trein en de zijne optimaal rijden. Maar dan opeens wordt er aan de noodrem getrokken. Je medereiziger is spoorloos verdwenen. Onverwachts. In de verte zie je hem rijden, op weg naar andere stations, andere sporen…

Hij heeft gekozen om zijn eigen pad te bereizen. En terwijl je dacht dat jullie twee samen één trein bereden, bleek dat hij tegelijkertijd in een andere trein, met een andere machinist aan het reizen was. Je trein voelt leeg, ook al zitten er nog steeds voldoende mensen in die vriendelijk voor je zijn. Je had het gevoel dat je niet zonder die ene passagier kon. De wielen schommelen op de rails. Je bent het spoor bijster. Je weet niet meer welke weg je in moet slaan. Het voelt alsof je geen kracht meer hebt om te blijven sturen. Het voelt alsof je geen moed meer hebt om te blijven rijden.

En precies als je, je zó onstabiel voelt dat je bijna van de rails afglijdt, weet je het. Je moet blijven rijden, wat er ook gebeurt. En wanneer je verder rijd voel je, je verrijkt. De belangrijke passagier heeft iets achtergelaten. Een briefje waar jij heen moet gaan. Levenslessen. Dat is het leven. Accepteer waar je nu bent en streef naar waar je naartoe wilt gaan. Elk station is een doorgang naar een nieuw doeleinde. Elke passagier brengt je iets, laat je trein bijna ontsporen, maakt van jou reis een hel of een feestje, laat jou twijfelen welk spoor het beste is, geeft instructies over rijvaardigheid, neemt zelf de rol als machinist in jou trein over of laat jou trein zodanig lang stoppen zodat je vertraging oploopt. Máár laat jou vermogen om de trein te besturen, op welke manier dan ook, niet beïnvloeden. Jou trein, jou weg is onvervangbaar.

Zorg dat je geen sneltrein bent, die bang is te stoppen om mensen in te laten stappen. Zorg dat je geen stoptrein bent op één en dezelfde route, die telkens blijft hangen bij stations en daar dan ook weer naar terugkeert. Zorg dat je een snel-stoptrein bent. Neem mensen mee, geef ze een mooie reis zodat zij jou ook een mooie reis kunnen geven. En mochten er mensen uitstappen waarvan je houdt, haal dan de positiviteit uit deze reis. Kijk naar wat je samen hebt gezien en wat jij mee kan nemen, zodat jou reis vloeiender verloopt. Vergeet één ding niet, zorg dat jou trein altijd vooruit blijft rijden.