Het nieuwe jaar, 2018, kon niet beter beginnen dan met een nieuw land: roadtrippen in Nieuw-Zeeland.

5 januari 2018. De dag dat Niels en ik afscheid namen van ons tweede reisland, India. Vanuit Mumbai en via Singapore vlogen wij naar Auckland. Nieuw-Zeeland kende een wat rusteloze start voor mij, aangezien ik met moeite en zeker niet kosteloos het land in ben gekomen. Kort gezegd had ik nog geen Working Holiday Visum (visum voor één jaar) geregeld, aangezien mijn paspoort daarvoor eerst verlengd moest worden. Ik had van te voren een afspraak gepland (inclusief vliegtickets geboekt) met de Nederlandse ambassade in Wellington. Op het vliegveld in Mumbai moest ik onverwachts een vlucht uit Nieuw-Zeeland boeken, wilde ik met de vliegtuigmaatschappij meevliegen. Dit omdat ik middels een toeristenvisum het land binnen zou komen en moest aantonen dat ik het land binnen drie maanden weer zou verlaten. Een telefoongesprek met de ambassade van Nieuw-Zeeland hielp helaas niets en dus had ik geen andere keuze dan een ticket regelen. Vliegensvlug had ik een vlucht naar Australië geboekt. Bam, daar ging 81 dollar de lucht in. Vervolgens werd aan de balie duidelijk dat het geboekte ticket naar Australië niet geldig was aangezien ik geen visum had voor dit land. De medewerker zei met een glimlach, die ik op dat moment overigens niet kon waarderen: “Je kunt het beste een vlucht naar je thuisland boeken.” Oké. Mijn ratio ontplofte bijna. Onze vlucht naar Auckland was binnen een uur. Een vlucht boeken naar Nederland zou mij bijna €2000 kosten. En dan zou mijn geboekte vlucht naar Australië al helemaal weggegooid geld zijn. Een moment wat vroeg om zelfbeheersing en een portie snel en efficiënt denken en handelen. En nee, dit lukte niet direct en een paar zoute tranen drupten langs mijn wangen. De machteloosheid sloeg toe.


Vragend keken we de twee mannen achter de balie aan. Na minuten van overpeinzing, kwam de man met een idee. We zouden gemakkelijk en snel een gratis visum voor Australië kunnen regelen. In een nood tempo had ik dit online aangevraagd en mocht ik uiteindelijk met de vlucht mee. Wat een opluchting!

In Auckland hadden we diverse afspraken staan voor het bezichtigen van campervans. We kwamen er al snel achter dat we zo snel mogelijk een busje moesten hebben. Zonder was bijna niet betaalbaar. 20 minuutjes met de locale bus? Zeven dollar per persoon, alsjeblieft. Dan maar drie uur lopen om op de plaats van bestemming te komen.

Daar stond hij dan, de Mitsubishi L300. Een wit en relatief groot busje, met hier en daar wat deuken aan de buitenkant, de ramen afgeplakt met een paarse laag en met te lelijke gordijnen, maar we voelde het direct. Dit zou ons rijdende huisje voor het aankomende jaar worden. Na een aantal dagen werd ons op officiële wijze de sleutel overhandigd en vierde we dit met de vorige eigenaren in het park, met in de hand een flesje bier. Het voelde alsof we zouden gaan samenwonen en praktisch gezien was dit eigenlijk ook zo.

Allright. Busje kopen was één ding, maar er kwam veel meer bij kijken. Registraties, verzekeringen, WOF (APK in NZ), naam overzetting, bankaccount openen..
In de tussentijd ben ik zelf een aantal dagen naar Wellington gevlogen om mijn paspoort aan te vragen. Om geld uit te sparen had ik enkel één nacht in een hostel geslapen en de laatste nacht op het vliegveld. De avond van terugkeer liep ik vanuit het stadscentrum een aantal uur (in de regen en korte mouwen) naar het vliegveld. De kleine hal was leeg, op een drietal mensen na. Verkleumd lag ik op een hard bankje, onder een gegeven kleedje en heb ik daar de nacht doorbracht. Rond een uurtje of vijf werd ik wakker, doordat de ruimte gevuld was met andere reizigers. Om zeven uur had ik mijn vlucht weer terug naar Auckland. Ik was gesloopt, maar ach, het had wel wat. Het typische reizigers gevoel. En nog belangrijker: ik zou mijn nieuwe paspoort over drie weken kunnen ophalen. Yes!

Eindelijk, zondag 14 januari, was het dan zover. Alles wat we hebben, hadden we in het busje geladen. Muziek aan. Raampje open. Oh man, dat gevoel is zalig. En met telkens een nieuw uitzicht. Een nieuw WAUW effect.


Camper life is een garantie op avontuur, op magische momenten en op levenslange herinneringen. We zijn nu een aantal maanden on the road en elke dag is gevuld met nieuwe belevenissen. Ik heb er een aantal opschreven, zodat ik jou een beetje kan meenemen in mijn hedendaagse leven. Ik heb geprobeerd het te minimaliseren, maar hé, ik wil je al het moois niet onthouden. Dan maar een iets langer artikel.

In Nieuw-Zeeland heb je gratis camping plaatsen voor “self-contained” vans. De locaties zijn werkelijk fenomenaal! Ik herinner mij onze eerste avond. Voor de zee, aan het strand geparkeerd en met ondergaande zon, dronken wij onze eerste rode wijn.

 

De dag erna reden we naar een andere locatie, grenzend aan de zee. Het was een warme dag. Toen we parkeerden liepen we naar de zee, gooiden we onze kleding uit en rende we in ondergoed het ijskoude zeewater in. Ik kan je zeggen dat zo’n moment je kippenvel bezorgd (zowel omwille van hét moment en de kou;)). Maar uiteindelijk is het de ervaring en die kent simpelweg geen woorden en moet gewoon geleefd worden.

Al snel werd mij duidelijk dat het camperleven vraagt om een goede samenwerking en een juiste attitude. Dagelijks moet het bed in elkaar worden gezet en weer uit elkaar, opgemaakt en weer afgehaald worden. En als het regent? Dan is de ruimte zeer klein voor twee personen. En ja, dan wordt de vloer vies en is er nauwelijks tot geen mogelijkheid tot het drogen van kleding. Over regen gesproken. Toen we op een regenachtige avond op een parkeerplek stonden, waar de toiletten zeker een halve kilometer lopen waren, bedachten we een ander alternatief voor mijn toiletbezoek. We schoven de zijdeur open, Niels hield mij aan mijn handen vast, terwijl ik met mijn blote bips naar buiten hing in de hoop dat er niemand voorbij zou lopen. En dat het maar op de grond zou komen, in plaats van in de van.

En oh ja, de nachtelijke natuur-wc-bezoekjes zijn elke keer opnieuw fantastisch. Op de hurken, omhoog kijkend naar de heldere immens mooie sterrenhemel. Een openlucht wc, ik kan mij niets beters wensen. Ohja, behalve als het giet van de regen. Dan kruip je kletsnat het bed weer in.

De afwas doen we regelmatig in de afwasbakjes van de publieke toilet. Laatst verbleven we in een bos, vlakbij een rivier. Met een hoofdlampje op, maakten we onze afwas schoon, terwijl de palingen ons afval letterlijk aan het opeten waren. Voor alle milieuactivisten, we gebruiken geen zeep.

Misschien denk je: En hoe zit het met douchen? Ook dat vraagt flexibiliteit. Soms douchen we dagen niet (dit kan zelfs uitlopen tot meer dan een week. En ja, dan voelen we ons behoorlijk aan de vieze kant). Vaak genoeg is het enkel zee water. Tot we laatst een waterval ontdekten. In verband met de drukte besloten we om zes uur in de ochtend te gaan. Het was een grauwe morgen. Een waterval in NZ is sowieso koud, maar zo vroeg en zonder zon maakte het nog kouder. Wakker worden was toen geen enkel probleem. We stonden letterlijk ónder de waterval, de harde stralen knetterde op onze hoofden. Hand in hand sprongen we ervan af. We keken elkaar vol adrenaline aan en dachten allebei hetzelfde: Dit is leven! Omringd door jungle in een ijskoude waterval, alleen wij midden in de natuur.  De openlucht-natuurlijke-douche-sessies blijken nu een goed alternatief en waar mogelijk maken we daar (hopelijk) ongezien gebruik van.

De natuur is hier nog mooier dan ik had gedroomd. Niels en ik houden ervan om deze te ontdekken. Zo was er aan de overzijde van Cooks Beach, een prachtige plek in de provincie Coromandel, een ander stuk land. We besloten om over te zwemmen en belandden op een stuk magisch eiland. Na een lange wandeling over koraal en rotsen (zonder schoenen) en met af en toe wat zwemmen, kwamen we een wit strand tegen. Voor onszelf. Een verlaten swing. Unieke vogels die neerdaalden en weer wegvlogen. Een prachtige flora van bomen, planten en bergen. Een ondergaande zon. Zie je het al voor je?

Note: Tijdens de terugweg was het high tide, dus moesten we zwemmen. Niels vertelde me daarvoor doodleuk dat er haaien zwemmen. Ik kan je zeggen, ik heb nog nooit zo snel gezwommen.

De bevolking is over het algemeen heel vriendelijk. Op één incident na. In de ochtenden proberen we regelmatig te sporten of te stretchen. Op een ochtend waren we net klaar en lag onze yogamat te drogen in de zon. Opeens parkeerde er een groot uitziende man zijn truck. Hij stapte uit zijn auto en zei: “Are you comfortable?” Daarop volgend zette hij zijn schoenen op de yogamat en veegde hij bewust zijn schoenen hieraan af. Niels vroeg of hij misschien er vanaf wilde gaan. Met een boze gelaatsuitdrukking schopte hij de mat weg, startte zijn auto en reed weg. Perplex en verbouwereerd keken we elkaar aan. ‘What the hell is er zojuist gebeurd?’

Toen we op een vrijdagavond een hike wilde maken naar een verlaten strand, die een waterval op het strand (hoe uniek?!) zou hebben, kruisten onze wegen met die van Willem en Carla. Een echtpaar op de motor die stopten, omdat we er nogal verdwaald uitzagen. Ze bleken Nederlands en 28 jaar geleden te zijn geëmigreerd. “Hebben jullie zin om wat aan te komen klooien, beetje in de tuin werken enzo. We hebben nog wel wat klusjes te doen. We hebben een lodge in de bergen, dus als je zin heb kun je na het weekend langskomen. Dan krijg je accommodatie en eten. En als je langer werkt krijg je nog wat extra.” Blij verrast zijn we op het aanbod ingegaan en hebben we een aantal dagen op een fantastisch mooi stukje grond gewerkt. Oef, spieren die niet eerder zo intensief zijn aangespannen werden behoorlijk uitgeput. Een lange dag werken, pal in de hete zon, werd beloond met een eigen slaapkamer, een luxueuze douche (sinds drie weken hadden we een binnen douche, zelfs een warme) organische maaltijden, een glaasje wijn en geweldig gezelschap. Willem en Carla waren ontzettend gastvrij, oprecht en inspirerend. Een avond lieten ze zelfs het huis aan ons over, omdat ze onverwachts naar een verjaardag moesten. Daar zaten we dan, op een barkruk, in een prachtig groot en gestyled huis, omringd door heuvels en de zonsondergang. Met een glaasje wijn in de hand keek ik Niels aan: “Zie hier ons nu zitten. Hoe bijzonder en toevallig dat dit op ons pad is gekomen. Wat een geluk. En wat mogen we dankbaar zijn.”

Na WWOOF, waren we weer terug in onze van en zou het voorlopig weer een koude natuurlijke douche, zelf eten maken in een provisorische keuken en leven in een kleine ruimte worden. Hé, mij hoor je niet klagen hoor. Een vaststaand huis mag dan alle luxe kennen, maar voor ons is de grootste luxe onszelf, met ons rijdende huisje, te verplaatsen.We stonden op een camping plaats aan de zee met naast ons een Frans koppel. We dronken wat wijn samen en maakte laat in de avond een strandwandeling. Op het strand ontmoetten we een viertal vissers. Een moeder met de naam Sharon met haar twee zoons en neef. We spraken met elkaar voor een aantal minuten en werden uitgenodigd om de volgende dag te komen barbecuen. We mochten onszelf ook nog eens douchen. Samen met het Franse koppel zijn we ingegaan op het aanbod en er stond een lekker diner geserveerd in huis. Toen ik een flesje wijn, als gift aan Sharon gaf, zei ze: “Wil je eerst douchen of eerst een glaasje wijn?” Ik weet niet of mijn geur gewoon ondraaglijk was, maar ik was blij verrast. Nadat iedereen een warme douche had genomen, proostten we op een gezellige avond. En dat was het. De neef van Sharon, een breed gezette man van rond de veertig, diende vroeger in het leger en had tientallen verhalen die hij op de meest hilarische manieren vertelde. Inclusief een zeer uitgesproken non-verbale communicatie, waardoor het leek alsof ik het mee beleefde. Luid gelach was voortdurend te horen. Sharon vertelde dat ze (heel random) een weedplant in de achtertuin hadden staan. Met z’n allen mochten we de plant bewonderen. Rond een uurtje of 00:30 vertrokken we en reden we naar een campingplaats. Wat uniek en wat bijzonder. Na vijf minuten gepraat te hebben, bood zij ons een dinner en een warme douche aan. Voor mij een voorbeeld van oprechte gastvrijheid.

Castlepoint.

Voortdurend bij elkaar zijn, zorgt voor een explosie van karaktereigenschappen die de ander niet altijd kan waarderen. En juist daarom is het belangrijk om romantiek op te zoeken. Zo reden wij om 22:00 naar een hot pool, genaamd: Hot ‘N Cold. Een natuurlijke pool met aan de ene zijde heet, warm water en aan de andere zijde een koude stroming. Toen we aankwamen zaten er enkele lokale mensen in. Er was een kaars aangestoken waardoor je een aantal schimmen zag en verder enkel het opstijgen van de dampen van het warme water. Het geluid van krekels was op de achtergrond goed te horen. We maakten een flesje rode wijn open, schonken onze twee glazen vol en lieten ons onderdompelen in de pool. Nadat we een zip namen, keken we omhoog en daar werd het moment compleet magisch gemaakt. Een sterrenhemel, zó helder. Miljoenen sterren twinkelde en leken naar ons te lachen. De Milky Way was zichtbaarder dan ooit te voren. In elkaars armen lagen we daar tot midden in de nacht..


Ik ben onder de indruk. Onder de indruk van Nieuw Zeeland. Ik geniet intens. Ik wist niet dat natuur mij zo kan fascineren. En het camperleven ligt mij wel. Het biedt zoveel mogelijkheden en zoveel vrijheid. En die vrijheid is de reden dat ik reis. Ik benieuwd wat mij en ons nog staat te wachten. Ik ben in ieder geval van plan het te omarmen.

Dit is enkel een greep uit de eerste paar weken van ons campingleven. Inmiddels zijn we al meer dan drie maanden onderweg en tientallen verhalen en nieuwe ervaringen verder. Deze nieuwe verhalen zal ik in een volgend artikel schrijven. In dat artikel zal duidelijk worden dat leven in- en vanuit een campervan niet altijd gemakkelijk is als het in het begin lijkt te zijn. Een mierenplaag in de campervan, kou en regen, dagenlang zonder douche, slapeloze nachten, een niet startende van en het missen van familie en vrienden. Maar natuurlijk ook prachtige ontmoetingen, verassingen die onverwachts ons pad kruisen, belangrijke keuzes, oogverblindende natuur en de schoonheid van onderweg zijn.